Bijna 20.000 toeschouwers bij een wedstrijd in de Keuken Kampioen Divisie. Het was bij Vitesse – MVV wel degelijk het geval. De Arnhemmers lonkten naar een plek in de nacompetitie, maar lieten met 0-0 na de trekker over te halen. Vooral richting de KNVB, die er alles aan blijft doen om de 134-jarige club uit het betaald voetbal te knikkeren.
Zo is de voetbalbond bij de Hoge Raad in cassatie gegaan tegen de gerechtelijke uitspraak om de proflicentie alsnog aan Vitesse toe te wijzen. Verder is men in Zeist enorm aan het tijdrekken om uitsluitsel te bieden omtrent de overname van de club, wat al maanden ter beoordeling bij de licentiecommissie ligt. Daarom was het zonde dat Vitesse tegen MVV naliet om de KNVB met de rug tegen de muur te zetten. Om uiteindelijk via een periodetitel en de nacompetitie toch de Eredivisie binnen te sluipen.
Die kans is nu aanzienlijk verkleind, maar dan nog. Wie de volle Gelredome aanschouwde kan zich niet voorstellen dat de KNVB nog niet één poging heeft gewaagd om het probleem op te lossen, in plaats van volgens de regels te blijven proberen de club te elimineren. Terwijl dit seizoen in 19 thuiswedstrijden overduidelijk gebleken is welke enorme sociaal-maatschappelijke rol Vitesse in de stad en regio vervuld. Uitgerekend het aspect waar KNVB-directeur Marianne van Leeuwen mee koketteert. Maar, net als bij veel andere hoofdzaken, blijft zij onzichtbaar.
Daarmee toont de zaak Vitesse opnieuw de achilleshiel van het Nederlandse profvoetbal aan. Het wordt nog altijd niet als bedrijfstak geleid, maar vanuit een klassiek verenigingsmodel. Intussen is geen belangenvereniging of vakbond actief om te voorkomen dat de winkel in Arnhem gesloten wordt. In elke andere sector ondenkbaar, maar in het betaald voetbal kraait er geen haan naar. Niet bij de KNVB, niet bij de belangenverenigingen ECV en CED, niet bij de clubs en nauwelijks bij de media.
Nu maar hopen dat de Hoge Raad straks de wanhoopspoging van de KNVB negeert en het topvoetbal eindelijk dwingt na te denken hoe Vitesse 2.0 voorkomen kan worden. Omdat met de huidige governance het wachten is op het volgende slachtoffer.

