Verbijstering won het van verdriet. Het ongeloof dat al na één seizoen het doek in de Eredivisie was gevallen. Het lot dat FC Volendam over zichzelf had afgeroepen.
Aanvankelijk leek de club zich nog moeiteloos te gaan handhaven. Vooral dankzij het voor het rechterrijtje hoge scorend vermogen binnen de selectie. Tot hoofdcoach Rick Kruys voor het thuisduel met Heerenveen besloot om de speelwijze bij te stellen. Een keuze die hij al eerder voor de uitwedstrijd tegen NAC had gemaakt en die faliekant verkeerd uitpakte. Een verdedigend FC Volendam kreeg toen in de laatste minuut een 1-0 nederlaag voor de kiezen.
Tegen Heerenveen hetzelfde verhaal. Opnieuw koos Rick Kruys voor zekerheid terwijl zijn team aan 1 punt genoeg had om in het vervolg tegen Excelsior en Telstar niet te ‘moeten’. Aldus zaten doelpuntenmakers als Robert Mühren, Brandley Kuwas, Robin van Cruijsen en Aurelio Oehlers op de bank. Het leverde niet alleen een onnodige 0-2 nederlaag op en een plek onder Excelsior en Telstar, maar ook de pijnlijke realiteit dat het team door de bijstellingen uit balans was geraakt.
Dat laatste kon niet meer worden hersteld. Nadat Rick Kruys tegen Telstar weer voor zekerheid koos, afgestraft met een 1-2 nederlaag, stuurde hij in de eerste promotie/degradatiewestrijd tegen Wilem II eindelijk een ‘normale’ formatie het veld in. Ondanks de 1-2 overwinning, overheerste in Tilburg zelfs het gevoel dat nagelaten was Willem II het nekschot toe te dienen.
Hetzelfde gold tijdens de return, die na strafschoppen in het voordeel van de Brabanders werd beslist. Zoals je tijdens de 120 minuten toch al het gevoel had dat FC Volendam de Wet van Murphy over zichzelf had afgeroepen. Tegen een opponent die het laatste uur aan het overleven was, om zo via strafschoppen het geluk af te dwingen. Net als in Tilburg overheerste FC Volendam, maar vergat de kansen te verzilveren. Daarom speelt Willem II straks in de Eredivisie.
De degradatie van FC Volendam was dus tegen alle verhoudingen in en was er meer sprake van verbijstering dan verdriet. Ongeloof in de hand gewerkt door een tijdelijk gebrek aan geloof in eigen kunnen. In topsport wordt dat keihard afgestraft.

