De cijfers van de eerste ronde vertellen het verhaal. Het WK 2026 wordt het grote gelijk van FIFA-president Gianni Infantino, die vooraf aankondigde dat dit het grootste sportevenement ooit zou worden.
Daar kan een uitroepteken achter, nu de cijfers van de poulefase bekend zijn gemaakt. In totaal zijn er 4.644.549 toeschouwers geregistreerd; 99.7% van de capaciteit van de stadions. Daarmee ligt het oude record van 3.5 miljoen bezoekers (WK 1994) nu al aan diggelen.
Dit kan niet los worden gezien van het spektakel dat er geleverd wordt. Het gros van de teams kiest voor de aanval en dat wordt door het aantal doelpunten bevestigd. Leverde het totale WK in Qatar 172 doelpunten op, alleen in de poulefase werd er tijdens dit WK al 215 keer gescoord.
Met als gevolg een sneeuwbaleffect richting alles wat met het WK te maken heeft. Zo vliegen de shirts van de 48 landenteams de schappen uit. Toen ik deze week in Monterrey verbleef voor Nederland – Marokko, was nergens in de stad meer het prachtige groene shirt van het Mexicaanse elftal te krijgen. Iedereen leek er één aan te hebben. Navraag bij Adidas leerde dat inderdaad zo’n 10% van de 133 miljoen Mexicanen het shirt heeft aangeschaft; goed voor een omzet van 1.1 miljard dollar…
Dat de bedrijfstak topvoetbal op dit continent toch iets anders wordt ingevuld dan we in Nederland gewend zijn, blijkt ook hoe er qua merchandising geschakeld wordt. FIFA kwam alweer met een compleet nieuwe brochure op de proppen, met petten, shirts en een wedstrijdbal in de kleuren van het nationale team.
De hype is ook merkbaar in de Fanzones, waar in de eerste ronde 5.5 miljoen bezoekers geregistreerd werden. Het best bezocht was die op 18 juni in Mexico City: 201.500 mensen. Ook Kansas City, waar Oranje het basiskamp had, scoorde goed met het hoogste aantal nationaliteiten dat de stad bezocht. Liefst 157, waardoor deze grijze muis onder de speelsteden dankzij het WK eindelijk stevig op de kaart is gezet.
Kortom, dit WK gaat de bedrijfstak topvoetbal een spectaculaire impuls geven. Alleen hebben we dat in Nederland nog niet helemaal door.

