Met nog vier maanden te gaan en daarna nog het WK, is er sprake van een heuse blessuregolf.
PSV is al op zoek naar z’n vierde spits en bij Ajax en Feyenoord valt de één na de ander af
door overbelasting. Terwijl de kalender van Nederlandse clubs lang niet zo vol zit als de echte Europese top.
Deze week publiceerde het verzekeringconcern Howden de European Football Injury Index,
een onderzoek naar blessures in de vijf grootste Europese competities. De Britse multinational concludeert
dat alle kwetsuren de voetbaltop de afgelopen vijf jaar 3,3 miljard euro heeft gekost. Dit verlies wordt
berekend aan de hand van doorbetalingen aan spelers die niet in actie komen.
Opvallend zijn de cijfers van clubs die de afgelopen zomer in de VS deelnamen aan de eerste FIFA Club World Cup
met 32 deelnemers. Uit de Index van Howden blijkt dat winnaar Chelsea tussen juni en oktober met 23 geblesseerden
een stijging van 44% aan blessures voor de kiezen kreeg. Goed voor een ‘exploitatieverlies’ van 19 miljoen euro,
bijna een kwart van het prijzengeld van 88 miljoen. Een andere WK-deelnemer staat tweede op de Index:
Manchester City met 22 geblesseerden. Paris Saint Germain staat op 19.
Verder meldt de European Football Injury Index dat de 22.596 blessures tussen 2021 en 2026 de clubs in de
Premier League, La Liga, Ligue 1, Serie A en Bundesliga 3,3 miljard euro hebben gekost. De Premier League scoort
het hoogst met 24% van de uitvallers, met 1,1 miljard aan doorbetaalde salarissen tot gevolg. Manchester United
had met ruim 170 miljoen euro de meeste kosten.
Een opvallende conclusie is ook dat vooral jonge spelers blessuregevoelig zijn. Met name aanvallers jonger dan
21 jaar lopen in de Premier League gemiddeld iedere 120 minuten een blessure op.
Met deze cijfers in het achterhoofd en wetende dat voetballers fysiek in staat zijn om per jaar rond de 55 keer
in actie te komen, melden veel vedetten zich straks toch met meer dan 65 wedstrijden in de benen bij het WK.
Ik ben nu al benieuwd naar de Injury Index van 2027.

