Dit is toch een beetje een week van de waarheid. De zes Nederlandse clubs in de Europese toernooien moeten punten scoren om een vrije val op de UEFA-ranking te voorkomen. Wat dat betreft komt de onnodige 1-0 nederlaag van PSV bij RB Leipzig het betaald voetbal ook heel slecht uit.
Even de huidige stand van zaken. In 2025 stond Nederland op de UEFA-coëfficiëntenlijst op de zesde positie, goed voor in totaal zes startbewijzen in de drie grote toernooien. Hoofdprijs waren de drie tickets (twee direct en één via de voorronde) voor de Champions League. Per club goed voor tenminste 50 miljoen euro aan inkomsten.
Inmiddels is de situatie behoorlijk veranderd. Nederland is afgezakt naar de achtste positie en is de derde Champions League ticket kwijt. Sterker, door de nederlaag van PSV is het gat met Portugal (6e) en België (7de) nog groter geworden door de overwinningen van Sporting Lissabon bij Lens en Club Brugge tegen Inter Milaan. De Portugezen staan nu op 66.150 punten en België 59.850, tegen Nederland 52.562. Wat duidelijk maakt hoe de achterstand aan het oplopen is.
Omdat de vijf deelnemers uit Portugal en België nog in Europa actief zijn, moeten de andere vijf Nederlandse clubs deze week punten gaan pakken. Om te voorkomen dat ons land veroordeeld wordt om jarenlang slechts één team direct voor de Champions League in te schrijven, terwijl één club zich via de voorronde dient te kwalificeren. Wat inhoudt, dat van de traditionele top 3 er steeds tenminste één buiten de boot valt, met alle gevolgen voor de financiële huishouding.
De 1-0 nederlaag van PSV in Leipzig doet daarom niet alleen de Eindhovenaren pijn, ook de hele Eredivisie. Feyenoord – Como, AZ – Beer Sheeva, NEC – Levski Sofia, Hajduk Split – Ajax en FC Twente – Thun zijn deze week dus niet alleen op zichzelf staande wedstrijden, ze dienen ook het belang van het totale betaald voetbal.
Zeker nu ook Turkije (50.275 punten) in onze nek hijgt.

