Het liep met een sisser af. De 2-2 tegen Griekenland is dragelijk en de laatste 45 minuten bieden perspectief. Zo moet er naar de eerste weken onder bondscoach Xavi Hernandez gekeken worden. De Catalaan probeert nieuw elan in het Nederlands elftal te brengen en is daar zeer bewust mee bezig. Dat is hard nodig, want er liggen nogal wat hobbels op de weg.
Neem de drie tot nu toe gespeelde wedstrijden voor de Nations League. Tegen Duitsland (1-1) werden de contouren van Xavi’s visie zichtbaar (intensiteit, passie en dynamiek), tegen Servië (1-2 winst) was het weer ouderwets traag en tijdens het duel met Griekenland toonde Oranje twee uitersten. Kortom, het schiet nog alle kanten op.
Intussen wordt wel duidelijk wie het niveau wel en niet aan kunnen. De pressie die Xavi Hernandez nastreeft vereist gevoel voor ruimte en een effectieve basistechniek, zoals het in één keer spelen van de bal. Niet bepaald de sterkste kwaliteiten van de huidige selectie. Ruimte kan je niet ‘leren’, maar moet je ‘zien’. De eerste helft tegen Griekenland toonde aan dat weinig internationals het ‘zien’.
Xavi Hernandez moest in de rust wissels inbrengen, omdat niemand in het elftal is staat bleek om in het veld de boel te corrigeren. Zoals het voortdurend dichtlopen van de ruimte van Crysencio Summerville door Denzel Dumfries. Of het continue lopen met de bal, in plaats van met één keer raken het tempo op te voeren. Tot spelverdeler Joey Veerman aan toe.
De hand van de coach moest er aan te pas komen om een tweede helft te creëren die weer perspectief zou bieden. Xavi Hernandez heeft nog drie interlands de tijd om Oranje te fine tunen voor waar het straks echt om gaat: het EK-kwalificatietoernooi dat in 2027 start. Daar biedt de Nations League als veredeld B-toernooi de komende tijd alle ruimte voor.

