Na een flitsende start is het WK na 100 wedstrijden verworden tot een slijtageslag. Waarin de sterkste overblijven. In alle kwartfinaleduels was te zien hoe de extra verlenging van het seizoen z’n slachtoffers begint te eisen. Niet één duel haalde het hoge tempo van de poulefase en waren de wissels bepalend voor het eindresultaat. Ploegen met de beste spelers op de bank maken nu het verschil.
Bij Spanje was dat opnieuw invaller Mikel Merino, die na Spanje – Portugal ook tegen België de winnende treffer scoorde. In tegenstelling tot de Belgische reserve-doelman Senne Lammers, de vervanger van de geblesseerd geraakte Thibaut Courtois, die tegen de Spanjaarden fataal zou blunderen.
Verder had Marokko tegen Frankrijk geen gelijkwaardige wissel voor sterspeler Ismael Saibari en was de ploeg met 2-0 kansloos tegen de oppermachtige Fransen, die het ene blik aanvallers na de ander kunnen openen.
Hetzelfde overkwam Noorwegen in de confrontatie met Engeland. Bij de Engelsen doorbraken vooral de invallers Bukayo Saka en Djed Spence in de verlenging de patstelling, terwijl juist toen Erling Haaland oververmoeid de handdoek gooide en niet inzetbaar was voor de alles-of-niets fase van de Noren.
Ook Zwitserland trad tegen Argentinië aan zonder doelpuntenmaker Johan Mazambi. Hij had teveel last van zijn knie en misten de toch al weinig swingende Zwitsers zo hun gevaarlijkste aanvaller. Met als gevolg dat Argentinië, na Algerije, Jordanië, Oostenrijk, Kaapverdië, Egypte en Zwitserland, woensdag met Engeland pas de eerste tegenstander uit de A-categorie ontmoet.
Intussen was tegen Zwiterland Lionel Messi minder nadrukkelijk aanwezig, toch noteerde hij vanuit een corner één assist. Beslissend was dat de Zwitser Breel Embolo met twee gele kaarten zijn ploeg in een kansloze positie manoeuvreerde, waarvan vooral de laatste (Schwalbe) oliedom was. Desondanks had de regerend wereldkampioen een verlenging nodig om de halve finale te halen.
Na stunten in het begin haakten de outsiders Marokko, België, Noorwegen en Zwitserland uiteindelijk af. En wordt eens te meer duidelijk dat je een WK niet tijdens de eerste weken wint, maar in de laatste fase. Daarom zijn na 100 wedstrijden de halve finales Frankrijk – Spanje en Engeland – Argentinië eigenlijk niet meer dan logisch.

